Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BG0946

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-12-2008
Datum publicatie
05-12-2008
Zaaknummer
C07/149HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BG0946
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Pandrecht op vordering; verrekening; vervolg op HR 6 februari 2004, nr. C02/197, NJ 2004, 266 (81 RO).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 42
Faillissementswet 51
Faillissementswet 53
Faillissementswet 54
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 908
RvdW 2009, 12
RI 2009, 9
JWB 2008/481
JOR 2009/56
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 december 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/149HR

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders,

t e g e n

mr. Elisabeth Joanna Maria STALS, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,

wonende te Weert,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. M.V. Polak, thans mr. R.A.A. Duk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de curator.

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 6 februari 2004, nr. C02/197HR, NJ 2004, 266.

Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 maart 2002 vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing.

Na een tussenarrest van 18 oktober 2005, waarbij het hof de curator tot bewijs heeft toegelaten heeft het hof bij arrest van 23 januari 2007 de vonnissen van rechtbank Roermond van 15 oktober 1998 en 22 juli 1999, voor zover deze aan het oordeel van het hof waren onderworpen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende;

A. voor recht verklaard dat de pandovereenkomst van 23 augustus 1996 met betrekking tot de vordering op Acetra B.V. op grond van art. 42 F. nietig is;

B. voor recht verklaard dat er geen rechtsgeldige verpanding heeft plaatsgevonden van de vordering van DM 106.465,83 (= ƒ 116.320,73) op Nationale Nederlanden N.V.;

C. voor recht verklaard dat [eiseres] zich met betrekking tot de advocaatkosten van mr. Saes ter grootte van ƒ 18.276,22 niet op verrekening kan beroepen;

D. [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de curator te voldoen met een bedrag van € 52.784,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 juli 1996 tot aan de dag der algehele voldoening;

E. [eiseres] veroordeeld hoofdelijk (naast de veroordeling van mr. Saes bij het beroepen eindvonnis) en wel aldus dat, wanneer de een zal hebben betaald, de ander zal zijn bevrijd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de curator te voldoen een bedrag van € 11.631,79, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 1996 tot aan de dag der algehele voldoening;

F. [eiseres] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de curator te voldoen een bedrag van € 16.607,51, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectieve data waarop deelbetalingen van dit bedrag aan [eiseres] plaatsvonden tot aan de dag der algehele voldoening;

G. voor recht verklaard dat rechtsgeldig zijn de ten processe bedoelde drie geldleningovereenkomsten van 23 februari 1996 ad DM 20.000,-- en van 18 april 1996 en 23 mei 1996 van ieder ƒ 50.000,--, de in de geldleningovereenkomsten neergelegde verpandingsverplichtingen, alsmede de verpandingsovereenkomsten van respectievelijk 7 juni 1996 met betrekking tot de vordering op de Nationale Nederlanden N.V. en van 23 augustus 1996 met betrekking tot de vordering op [B] B.V.;

H. het over en weer meer of anders gevorderde afgewezen;

I. verstaan dat [eiseres] de onder D t/m F genoemde bedragen niet mag verrekenen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. K. Teuben, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.656,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 december 2008.