Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BF3792

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
16-12-2008
Zaaknummer
07/12823
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BF3792
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 3.2.6 lid 1 APV Arnhem. Het middel berust op de opvatting dat de in de tll gebezigde, aan art. 3.2.6 lid 1 APV ontleende zinsnede “zich heeft gepresenteerd als prostituee en/of als zodanig diensten heeft aangeboden” onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Die opvatting is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 30
JOL 2008, 977
RvdW 2009, 124
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 december 2008

Strafkamer

nr. 07/12823

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 3 november 2006, nummer 21/001823-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-Oost, locatie Ter Peel" te Evertsoort.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C.W. Noorduyn en Th.J. Kelder, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten de inleidende dagvaarding nietig te verklaren, nu de in de tenlastelegging voorkomende zinsnede "zich heeft gepresenteerd als prostituee en/of als zodanig diensten heeft aangeboden", slechts kwalificatieve betekenis heeft en de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging ontoereikend is.

2.2. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"Verdachte op of omstreeks 11 oktober 2005 in de gemeente Arnhem te Arnhem zich heeft gepresenteerd als prostituee en/of als zodanig diensten heeft aangeboden op of aan (een) andere dan door het college van de gemeente Arnhem in hun besluit aangewezen weg(en) of gebied(en), of gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden, immers bevond verdachte zich te omstreeks 16.45 op of aan de Nieuwe kade."

2.3. De tenlastelegging is toegesneden op art. 3.2.6, eerste en tweede lid, Algemene Plaatselijke Verordening Arnhem (hierna: APV), die luiden:

"1. Het is verboden zich op of aan de weg te presenteren als prostituee en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken of daartoe contact te leggen.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op of aan door het college aangewezen wegen of gebieden, gedurende door het college vastgestelde tijden mits degene die zich als prostituee presenteert en/of als zodanig diensten aanbiedt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegd bestuursorgaan."

2.4. Het middel berust op de opvatting dat de in de tenlastelegging gebezigde, aan art. 3.2.6, eerste lid, APV ontleende zinsnede "zich heeft gepresenteerd als prostituee en/of als zodanig diensten heeft aangeboden" onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Die opvatting is onjuist, zodat het middel faalt.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 16 december 2008.