Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD7600

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-10-2008
Datum publicatie
10-10-2008
Zaaknummer
07/13590
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD7600
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c en d, (oud) F. (81 RO).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 730
RvdW 2008, 934
JWB 2008/401
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 oktober 2008

Eerste Kamer

07/13590

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te Amsterdam,

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoekster 2], gezamenlijk als de schuldenaren.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 4 november 2005 heeft de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de schuldenaren de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een bewindvoerder.

De rechter-commissaris heeft bij de rechtbank aldaar een voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.

Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 26 september 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaren in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en een curator.

Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 11 december 2007 de beslissing waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 oktober 2008.