Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD6386

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2008
Datum publicatie
07-10-2008
Zaaknummer
07/10836
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD6386
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geklaagd wordt dat in de nadere bewijsoverweging in het bevestigde vonnis, houdende de gemotiveerde verwerping van een verweer, niet met voldoende duidelijkheid is vermeld aan welke bewijsmiddelen de daarin genoemde f&o zijn ontleend. HR verwijst naar conclusie AG die inhoudt dat verdachte geen belang heeft bij die klacht, nu verdachte dat verweer bij het Hof onmiskenbaar heeft laten varen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 723
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 oktober 2008

Strafkamer

nr. 07/10836

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 juni 2007, nummer 20/003392-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep bevestigd een vonnis van de Rechtbank te Roermond van 1 september 2006, waarbij de verdachte ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod" is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel komt op tegen de nadere bewijsoverweging waarin een omstandigheid is genoemd die niet in de bewijsmiddelen is opgenomen en waarvan de herkomst in de overwegingen evenmin voldoende nauwkeurig is aangegeven.

3.2. Het middel kan niet tot cassatie leiden aangezien de verdachte belang mist bij zijn klacht op de grond die is vermeld in de aan dit arrest gehechte conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9.

4. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 7 oktober 2008.