Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD5981

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-07-2008
Datum publicatie
11-07-2008
Zaaknummer
08/01356
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD5981
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering. Tevergeefs beroep moeder op de weigeringsgronden van art. 13 lid 1, aanhef en onder a, HKOV (geen daadwerkelijke uitoefening van het gezag door de achterblijvende ouder) en van art. 13 lid 1, aanhef en onder b, HKOV (ernstig risico dat de kinderen bij hun terugkeer in een ondraaglijke toestand worden gebracht); vader heeft door uitoefening omgangsrecht blijk gegeven zich de belangen van de kinderen aan te trekken; niet-onbegrijpelijk oordeel appelrechter dat niet aannemelijk is geworden dat gevaar bestaat dat de vader met de kinderen naar Algerije zal vertrekken (81 RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 585
RvdW 2008, 748
JWB 2008/336
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juli 2008

Eerste Kamer

08/01356

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE CENTRALE AUTORITEIT, optredend voor zichzelf en [de vader],

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Centrale Autoriteit.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 17 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf als namens [de vader] (hierna: de vader), zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op de voet van art. 12 HKOV de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen van partijen naar België te gelasten.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 15 november 2007 de terugkeer van de kinderen naar de vader in België bevolen en bepaald dat de terugkeer uiterlijk op 23 november 2007 moet zijn geëffectueerd.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Het hof heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 27 februari 2008 de bestreden beschikking bekrachtigd met dien verstande dat de moeder de kinderen uiterlijk op 1 april 2008 dient terug te brengen naar België en dat, in geval de moeder hieraan geen gevolg geeft, de kinderen op 2 april 2008 door de moeder aan de vader dienen te worden afgegeven voor terugkeer naar België. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.