Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD3162

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-09-2008
Datum publicatie
19-09-2008
Zaaknummer
07/10524
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD3162
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 11, lid 1, letter g, Wet LB. Partiële toepassing van de stamrechtvrijstelling is toegestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2008, 126
RN 2008, 90
BNB 2009/35 met annotatie van A.L. Mertens
Belastingadvies 2008/20.12
V-N 2008/46.15 met annotatie van Redactie
FutD 2008-1942 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 07/10524

19 september 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 28 juni 2007, nr. AWB 06/4341, betreffende een aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2004 tot en met 31 maart 2004 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

De Rechtbank heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de naheffingsaanslag alsmede de boete verminderd. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 28 april 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris.

3. Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden aangegeven in onderdeel 4 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

4. Proceskosten

De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.

Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 433.