Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD2417

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
08/00761 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. In de aanvrage wordt aangevoerd dat niet aanvrager maar een neef zonder rijbewijs heeft gereden. Dit wordt ondersteund door een kopie van een verklaring op naam van X. Deze verklaring houdt in dat alles wat bij de politie (over rijden in een auto zonder rijbewijs) op naam van aanvrager staat alsnog op de naam van deze X moet worden gezet omdat hij de gegevens van aanvrager heeft gebruikt. Die omstandigheid kan echter niet een ernstig vermoeden wekken a.b.i. art. 457.1.2 Sv. Immers, tot de stukken van het geding behoort een p-v van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar Y, vzv. inhoudende als relaas van de verbalisant dat de bestuurder van de personenauto zich tegenover hem heeft gelegitimeerd met een bromfietscertificaat en een dergelijk certificaat - naar volgt uit de Regeling vaststelling model bromfietscertificaat (Stcrt. 1996, 101) - ook een pasfoto bevat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 404
RvdW 2008, 588
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 mei 2008

Strafkamer

nr. 08/00761 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 28 september 2006, nummer 09/630258-06, ingediend door mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam, namens:

[aanvrager], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, te dezen domicilie kiezende te Rotterdam ten kantore van zijn raadsman.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot twee weken hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. In de aanvrage wordt aangevoerd dat niet de aanvrager maar een neef zonder rijbewijs heeft gereden. Dit wordt ondersteund door een kopie van een verklaring op naam van [betrokkene]. Deze verklaring houdt, overigens zonder dat de hiervoor onder 1 genoemde veroordeling wordt genoemd, in dat alles wat bij de politie (over rijden in een auto zonder rijbewijs) op naam van de aanvrager staat alsnog op de naam van deze [betrokkene] moet worden gezet omdat hij de gegevens van de aanvrager heeft gebruikt.

3.3. Die omstandigheid kan echter niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. Immers, tot de stukken van het geding behoort een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant dat de bestuurder van de personenauto zich tegenover hem heeft gelegitimeerd met een bromfietscertificaat en een dergelijk certificaat - naar volgt uit de Regeling vaststelling model bromfietscertificaat (Stcrt. 1996, 101) - ook een pasfoto bevat.

3.4. Gelet op het standpunt van de aanvrager dat niet hij maar zijn neef de auto bestuurde, kan zijn stelling dat aan hem wel een rijbewijs was afgegeven buiten beschouwing blijven.

3.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 27 mei 2008.