Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD2402

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
20-06-2008
Zaaknummer
C07/079HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD2402
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Geschil tussen eigenares en exploitante van recreatiegebied en makelaar over zijn dienstverlening bij verkoop van een recreatiewoning (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 509
RvdW 2008, 661
JWB 2008/287
JWB 2008/312
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/079HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) heeft bij exploot van 15 februari 2001 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan [betrokkene 1] te betalen een bedrag van

ƒ 20.522,24, met rente en kosten.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden en bij incidentele conclusie gevorderd [verweerster] in vrijwaring te mogen oproepen.

Bij tussenvonnis van 17 mei 2001 heeft de rechtbank [eiseres] toegestaan [verweerster] in vrijwaring te dagvaarden.

Bij exploot van 5 juni 2001 heeft [eiseres] in vrijwaring gevorderd dat [verweerster] gelijktijdig zal worden veroordeeld aan hem te betalen al datgene waartoe [eiseres] als gedaagde in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld.

De rechtbank heeft bij eindvonnis van 11 april 2002 in de hoofdzaak [eiseres] veroordeeld tot betaling van € 8.054,60 (ƒ 17.750,--) aan [betrokkene 1]. In de vrijwaring heeft de rechtbank de vordering van [eiseres] afgewezen.

[Eiseres] heeft [verweerster] aangezegd van het eindvonnis in de vrijwaringszaak in hoger beroep te komen en [verweerster] gedagvaard voor het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 10 oktober 2006 heeft het hof in de vrijwaringszaak het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO, zulks met veroordeling van [eiseres] in de door de Hoge Raad in de gegeven omstandigheden redelijke kosten op de voet van art. 419 lid 4 Rv.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 447,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.