Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD1722

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-07-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
00685/07 P
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD1722
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie AG: gelet op hetgeen het Hof feitelijk heeft vastgesteld is ’s Hofs oordeel dat het gehele wederrechtelijk verkregen bedrag aan betrokkene kan worden ontnomen voldoende met redenen omkleed. Het middel dat klaagt dat het Hof het verweer dat het aannemelijk is dat naast betrokkene sprake is van een medeorganisator, zodat het voordeel door twee moet worden gedeeld, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen, faalt dus. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 546
RvdW 2008, 782
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 juli 2008

Strafkamer

nr. 00685/07 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2006, nummer 20/012382-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J.M. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 1 juli 2008.