Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BD1386

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-06-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
R06/172HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BD1386
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antillenzaak. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet van commercieel directeur vennootschap wegens malversaties. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 465
RvdW 2008, 624
JWB 2008/268
JAR 2008/186
AR-Updates.nl 2008-0360
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. R06/172HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.B. Kerkhof,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mrs. N.T. Dempsey en B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 9 oktober 2003 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft [eiser] zich gewend tot dat gerecht en vergunning verzocht om op verkorte termijn te procederen, alsmede verzocht, primair [verweerster] te bevelen hem onmiddellijk in zijn functie en positie van commercieel directeur bij [verweerster] te herstellen met uitbetaling van loon totdat de overeenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd, en subsidiair [verweerster] te bevelen om de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de wettelijke opzeggingsbepalingen op te zeggen, met veroordeling van [verweerster] tot betaling van een door de rechtbank te bepalen schadeloosstelling.

[Verweerster] heeft de vordering van [eiser] bestreden.

Het gerecht heeft, na het horen van getuigen, bij vonnis van 22 augustus 2005 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.

Bij vonnis van 5 september 2006 heeft het hof het vonnis van het gerecht bevestigd.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede namens mr. I.G.C. bij de Vaate, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 juni 2008.