Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC9934

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-06-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
C07/016HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC9934
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geschil tussen moeder en zoon over totstandkoming van een overeenkomst tot voortzetting van de onderneming van een eetcafé; beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 460
RvdW 2008, 608
JWB 2008/253
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/016HR

EV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R.F. Thunnissen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiseres] heeft bij exploot van 16 september 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd na vermeerdering van eis, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen de bedragen van € 6.806,70, en € 1.871,22 (subsidiair € 1.423,35) met rente en incassokosten.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft, na comparitie van partijen en na [eiseres] bij tussenvonnis van 11 februari 2004 tot bewijslevering te hebben toegelaten, bij eindvonnis van 27 april 2005 [verweerder] veroordeeld aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.284,82 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.806,70 vanaf 19 februari 2001 en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft [verweerder] een voorwaardelijke vordering tot ontbinding van de overeenkomst tot overname van de exploitatie van het café Het Theatertje ingesteld.

Bij arrest van 14 september 2006 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende de vorderingen van [eiseres] afgewezen en [verweerder] niet-ontvankelijk verklaard in zijn (voorwaardelijke) vordering in reconventie.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of derechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.