Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC9364

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
30-05-2008
Zaaknummer
C07/008HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC9364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Koop van onroerende zaak; uitleg overeenkomst; dwaling; kenbaarheidsvereiste. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 431
RvdW 2008, 575
JWB 2008/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

30 mei 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/008HR

IV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1]

2. [Eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

1. [Verweerster 1]

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. HAVE VASTGOED B.V.

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerster] c.s. hebben bij exploot van 14 juni 2004 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s te veroordelen om aan [verweerster] c.s. te betalen een boetebedrag van € 65.000,--, met rente en kosten.

[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden en, voorwaardelijk in reconventie, gevorderd, kort gezegd, primair vast te stellen dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst reeds op 18 mei 2004 ontbonden is geraakt, subsidiair deze koopovereenkomst alsnog te ontbinden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 8 juni 2005 de vordering in conventie toegewezen, met dien verstande dat zij de boete heeft gematigd tot een bedrag van € 6.500,--. Voorts heeft de rechtbank de vordering in reconventie afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [verweerster] c.s. voor wat betreft de matiging van de boete principaal hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 14 september 2006 heeft het hof het principale beroep gegrond bevonden en het incidentele beroep afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 23 april 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 2.021,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzittr, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 mei 2008.