Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC9015

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-06-2008
Datum publicatie
03-06-2008
Zaaknummer
00915/07 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC9015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag 552a Sv. Klager verzoekt de teruggave van goederen, die bij zijn aanhouding in Spanje o.b.v. een Europees aanhoudingsbevel o.v.v. NL inbeslaggenomen zijn. De Rb verklaart het klaagschrift deels n-o, nu het van oordeel is dat het beslag daar moet worden opgeheven waar het beslag is gelegd. HR: De Rb heeft kennelijk aan de n-o verklaring ten grondslag gelegd "dat het beslag moet worden opgeheven op de plaats waar het is gelegd en volgens de daar geldende regels". Redelijke wetstoepassing brengt mee dat in geval een inbeslagneming heeft plaatsgevonden in het verband van een Europees aanhoudingsbevel, hetzij op verzoek van de Nederlandse OvJ hetzij op eigen initiatief van de Spaanse uitvoerende autoriteiten, ex art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag. De Rb die kennelijk van een andere opvatting is uitgegaan, heeft dit miskend.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 445
NJ 2008, 484 met annotatie van A.H. Klip
RvdW 2008, 631
JOW 2009, 43
NJB 2008, 1346
NBSTRAF 2008/241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 juni 2008

Strafkamer

nr. 00915/07 B

ZK/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 16 november 2006, nummer RK 06/492, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft gegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenstaande beschikking omschreven auto en klager voor wat betreft het overige niet-ontvankelijk verklaard in het beklag.

2. Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de beschikking voor zover daarbij het beklag met betrekking tot de personenauto gegrond is verklaard - is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen of verwijzen, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen de beslissing van de Rechtbank dat het beklag ten aanzien van de in het klaagschrift genoemde goederen niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3.2. De bestreden beschikking houdt onder meer in:

"De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1. onder klager is op 17 april 2005 in Villimar (Spanje) in beslag genomen: een personenauto, merk Seat, type Leon, voorzien van het kenteken [00-AA-BB]; voorts zijn - volgens mededeling van klager - bij die gelegenheid tassen met kleding, een mobiele telefoon en een bedrag van € 4.800,- in beslag genomen; van deze inbeslagneming is overigens niet gebleken;

2. klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen;

3. bij beslissing van de officier van justitie d.d. 10 maart 2006 is de strafzaak tegen klager geseponeerd vanwege onvoldoende wettig bewijs.

Overwegingen

Met betrekking tot de ontvankelijkheid:

uit de stukken noch uit het Compas-systeem blijkt dat door het openbaar ministerie in Nederland beslag is gelegd op voormelde goederen. Bij een eerder klaagschrift inbeslagname en verzoek om teruggave van de auto, heeft de officier van justitie zich verzet tegen teruggave. De rechtbank is er toen bij haar beslissing tot ongegrondverklaring van het beklag van uit gegaan dat er in Spanje beslag is gelegd op de auto in de zin van de Nederlandse wetgeving en wel als bedoeld in artikel 94 Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal, op grond van het voorgaande, het klaagschrift voor wat betreft de inbeslaggenomen auto ontvankelijk verklaren.

Overigens komt het de rechtbank voor dat het beslag moet worden opgeheven op de plaats waar het is gelegd en volgens de daar geldende regels; het klaagschrift wordt voor wat betreft de overige goederen niet ontvankelijk verklaard."

3.3. In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. De klager is op basis van een Europees aanhoudingsbevel op verzoek van de Nederlandse Officier van Justitie op 17 april 2005 in Spanje aangehouden. Bij de aanhouding is de auto met het kenteken [00-AA-BB] in beslag genomen. De klager is daarna aan Nederland overgeleverd. De strafzaak tegen de klager is op 10 maart 2006 geseponeerd. In het onderhavige klaagschrift heeft de klager niet alleen verzocht om teruggave van genoemde personenauto, maar ook om teruggave van tassen met kleding, een mobiele telefoon en een bedrag van € 4.800,-. Het beklag is niet-ontvankelijk verklaard wat betreft alle goederen behalve de auto. Tegen die niet-ontvankelijkverklaring is het cassatieberoep gericht.

3.4. De Rechtbank heeft kennelijk aan de niet-ontvankelijkverklaring ten grondslag gelegd "dat het beslag moet worden opgeheven op de plaats waar het is gelegd en volgens de daar geldende regels". Redelijke wetstoepassing brengt mee dat in geval een inbeslagneming heeft plaatsgevonden in het verband van een Europees aanhoudingsbevel, hetzij op verzoek van de Nederlandse Officier van Justitie hetzij op eigen initiatief van de Spaanse uitvoerende autoriteiten, op de voet van art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag. De Rechtbank die kennelijk van een andere opvatting is uitgegaan, heeft dit miskend.

3.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking - voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen - niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2008.