Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC8978

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-05-2008
Datum publicatie
16-05-2008
Zaaknummer
R07/049HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC8978
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Erkenning; verzoek tot verlening vervangende toestemming; 'family life' geen voorwaarde voor ontvankelijkheid; belangen moeder en kind bij ongestoorde verhouding (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 376
RvdW 2008, 520
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 mei 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/049HR

EV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [De man],

wonende te [woonplaats],

2. mr. L. BERGHUIS-KNIJFF, in haar hoedanigheid bijzonder curator over de minderjarige [dochter],

kantoorhoudende te Utrecht,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder, de man en de bijzonder curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 22 november 2005 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning door hem van de minderjarige [dochter] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001.

De rechtbank heeft bij beschikking van 21 december 2005 mr. L. Berghuis-Knijff benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De bijzonder curator heeft zich niet tegen de inwilliging van het verzoek verzet.

De rechtbank heeft bij beschikking van 22 maart 2006 de verzochte vervangende toestemming verleend en de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de akte van erkenning van de minderjarige door [betrokkene] door te halen.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Nadat de Advocaat-Generaal bij het hof had geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden uitspraak, en de mondelinge behandeling had plaatsgevonden, heeft het hof bij beschikking van 7 december 2006 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Verweerders in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.