Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC8870

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
07/13523 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. De aanvrager kan niet volstaan met het aanvoeren van een novum met het doel dat de HR daarnaar nader onderzoek zal (doen) verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 277
RvdW 2008, 439

Uitspraak

8 april 2008

Strafkamer

nr. 07/13523 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 januari 2004, nummer 23/002138-01, ingediend door mr. H. Loth, advocaat te Amsterdam, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 24 mei 2000 - de aanvrager ter zake van "medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Aan de aanvrage is ten grondslag gelegd dat uit een aantal in de aanvrage genoemde processen-verbaal blijkt dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3.3. Van de in de aanvrage gestelde omstandigheden kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren, nu de desbetreffende processen-verbaal zich bij de stukken van het geding bevonden waarover het Hof bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 6 januari 2004 beschikte. Reeds daarom is geen sprake van een omstandigheid als hiervoor onder 3.1 genoemd. Aan het in de aanvrage gedane verzoek dat een nader onderzoek wordt gelast naar de vingerafdrukken van de aangehouden persoon en van de aanvrager, zal derhalve geen gevolg worden gegeven.

3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 8 april 2008.