Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC8696

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-05-2008
Datum publicatie
23-05-2008
Zaaknummer
C06/351HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC8696
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Afgewezen vordering tot levering van aandelen wegens gegrond beroep op bevrijdende verjaring (3:307 lid 1 BW), geen derogerende werking van redelijkheid en billijkheid (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 399
RvdW 2008, 536
JWB 2008/227
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 mei 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/351HR

IV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. Schenck.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 8 november 1999 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, en na wijziging van eis gevorderd, kort gezegd,

a. primair overdracht van 10% van de geplaatste aandelen (onbezwaard en niet gecertificeerd) in twee in de dagvaarding genoemde vennootschappen tegen betaling van ƒ 41.790,-, thans omgerekend € 18.983,63, alsmede vergoeding van door eiser geleden schade als gevolg van het uitblijven van dividenduitkeringen vanaf 1999, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

b. subsidiair voor het geval dat levering van de aandelen niet meer mogelijk is, de actuele waarde van de aandelen thans groot ƒ 7.500.000,-(€ 3.406.969,30,), alsmede vergoeding van het sinds 1999 gederfde dividend als voormeld.

[Verweerder] heeft de vordering bestreden en een beroep gedaan op bevrijdende verjaring.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 27 januari 2005 het beroep van [verweerder] op verjaring verworpen en voorts [eiser] toegelaten tot bewijslevering voor wat betreft de overeengekomen prijs van de aandelen. Voor het overige heeft de kantonrechter de zaak aangehouden.

Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 11 juli 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van [eiser] afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 mei 2008.