Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC8590

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
07/12873 U
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC8590
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlevering aan VS. i.v.m. zedenmisdrijven. CAG over het vermoeden van schuld, de compleetheid van het strafdossier en de daarmee gepaard gaande afwijzing van het aanhoudingsverzoek, het specialiteitsbeginsel, het gebruik in de VS van een leugendetector en het beroep op humanitaire redenen. HR: 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

1 april 2008

Strafkamer

nr. 07/12873 U

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda van 25 oktober 2007, nummer IRC 2006041539, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn bij pleidooi toegelicht.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 1 april 2008.