Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC8036

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-03-2008
Datum publicatie
28-03-2008
Zaaknummer
R07/038HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC8036
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

WSNP. Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van art. 288 lid 2, aanhef en onder b, F. wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden; procesrecht; verrassingsbeslissing (81 RO).

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 288, geldigheid: 2008-03-28
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-03-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 234
RvdW 2008, 367
JWB 2008/144

Uitspraak

28 maart 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/038HR

IV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

Beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoekers tot cassatie zullen hierna worden aangeduid als [verzoeker] c.s..

1. Het geding in feitelijke instanties

Met op 23 mei 2006 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingekomen verzoekschriften hebben [verzoeker] c.s. zich gewend tot die rechtbank en ten aanzien van hen de toepassing van de schuldsaneringsregeling verzocht.

De rechtbank heeft bij vonnissen van 31 augustus 2006 de verzoeken afgewezen.

Tegen deze vonnissen hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Gravenhage.

Na mondelinge behandeling heeft het hof bij tussenarrest van 23 november 2006 de behandeling van de zaak aangehouden voor het overleggen van stukken door [verzoeker] c.s.

Nadat [verzoeker] c.s. bij brieven van 12, 13 en 28 december 2006 en 2 februari 2007 nadere informatie hebben verstrekt, heeft het hof bij eindarrest van 20 februari 2007 de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen zowel het tussen- als eindarrest hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 28 maart 2008.