Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC7904

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-05-2008
Datum publicatie
27-05-2008
Zaaknummer
00380/07
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC7904
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep. De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Omdat volgens art. 437.2 Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan de HR deze schriftuur niet beschouwen als een schriftuur houdende middelen van cassatie (vgl. HR LJN ZD2857).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 413
NJ 2008, 314
RvdW 2008, 583
NJB 2008, 1288
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 mei 2008

Strafkamer

nr. 00380/07

IC/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 november 2006, nummer 22/003034-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. van der Toorn, advocaat te Roermond, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Omdat volgens art. 437, tweede lid, Sv uitsluitend een raadsman namens de verdachte middelen van cassatie kan indienen, kan de Hoge Raad deze schriftuur niet beschouwen als een schriftuur houdende middelen van cassatie (vgl. HR 19 juni 2001, LJN ZD2857, NJ 2002, 7).

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 27 mei 2008.