Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC7717

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-06-2008
Datum publicatie
06-06-2008
Zaaknummer
C06/340HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC7717
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkopers en koper van onroerend goed over de ontbinding van de koopovereenkomst wegens een tekortschieten van de verkopers en de vernietiging ervan wegens dwaling (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 456
RvdW 2008, 604
JWB 2008/259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/340HR

EV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. L.A. van der Niet,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Verweerder 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Verweerster 4],

wonende te [woonplaats],

5. [Verweerder 5],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Betrokkene 1] en [betrokkene 2], de ouders van verweerders in cassatie, hebben bij exploot van 10 juli 2001 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan hen te betalen de contractueel verschuldigde boete van ƒ 237.500,-- en een schadevergoeding van ƒ 487.500,--, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten, rente en kosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst is ontbonden, subsidiair is vernietigd. Voorts heeft [eiser] schadevergoeding gevorderd, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Na een tussenvonnis van 13 november 2002, waarbij [eiser] tot bewijslevering is toegelaten, en getuigenverhoren, heeft de rechtbank bij vonnis van 25 februari 2004 de vordering in conventie afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een akte van de zijde van [eiser].

Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 3 augustus 2006 heeft het hof in het principaal appel de vonnissen van de rechtbank voorzover in conventie gewezen vernietigd en de vordering van [verweerder] alsnog toegewezen. Het hof heeft voorts - wat de reconventie betreft - de zaak terugverwezen voor verdere afdoening. Het incidenteel appel is door het hof verworpen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.191,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.