Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC6698

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
C06/309HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC6698
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet in verband met werkverzuim; dringende reden. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-03-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2008/111
AR-Updates.nl 2008-0166
JOL 2008, 198
RvdW 2008, 320
JAR 2008, 111
JWB 2008/129

Uitspraak

14 maart 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/309HR

IV/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 26 april 2002 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam (sector kanton) en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat het hem met ingang van 19 november 2001 gegeven ontslag nietig is, alsmede [verweerster] te veroordelen tot voldoening van een aantal geldvorderingen over de periode vanaf 19 november 2001.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft, na [eiser] bij tussenvonnis van 20 augustus 2002 tot bewijslevering te hebben toegelaten, bij eindvonnis van 4 maart 2003 de vorderingen van [eiser] afgewezen.

Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na een tussenarrest van 27 mei 2005 waarbij [verweerster] tot bewijslevering is toegelaten, heeft het hof bij eindarrest van 4 augustus 2006 het eindvonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 januari 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.