Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC5821

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-08-2008
Datum publicatie
08-08-2008
Zaaknummer
42195
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC5821
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4796, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Wet WOZ. Pand in aanbouw in gebruik? Cassatieberoep verzuimt dragende grond voor oordeel Hof aan te vallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2008/256 met annotatie van W.J.N.M. SNOIJINK
V-N 2008/40.8 met annotatie van Redactie
FutD 2008-1667 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 42.195

8 augustus 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 april 2005, nr. BK-03/03687, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ).

1. Het geding in feitelijke instantie

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (pand in aanbouw "A") voor het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004 vastgesteld.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de directeur der Gemeentebelastingen van de gemeente 's-Gravenhage (hierna: de Directeur) bij uitspraak de beschikking gehandhaafd.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 12 februari 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende had op 1 januari 2002 het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaak, bestaand uit percelen grond met daarop een kantoorgebouw in aanbouw. De opstal was op 1 januari 2002 voor 40 percent gereed. In het jaar 2003 is het kantoorgebouw opgeleverd aan de Staat der Nederlanden, waarmee belanghebbende een koop-aannemingsovereenkomst had gesloten.

3.2. Naar 's Hofs - in het beroepschrift in cassatie niet bestreden - vaststellingen was het beroep van belanghebbende gericht tegen de uitspraak van de Directeur betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet WOZ, en strekte het beroep van belanghebbende tot vernietiging van die beschikking. De ongegrondverklaring van het beroep door het Hof heeft mitsdien alleen daarop betrekking.

3.3. Die ongegrondverklaring wordt gedragen door hetgeen het Hof daartoe in onderdeel 6.1 van zijn uitspraak heeft overwogen. Nu het middel slechts klaagt over onderdeel 6.3 van 's Hofs uitspraak, maar niet over voormeld onderdeel 6.1, kan het reeds daarom niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.J.J. van Maanen, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2008.