Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC5706

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-04-2008
Datum publicatie
18-04-2008
Zaaknummer
C06/239HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC5706
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2006:AX9659, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Fideï-commis de residuo; rechtsgeldigheid codicil houdende legaat, onrechtmatige daad van bij codicil aangewezen legataris door het legaat te innen?; belang bij vordering erfgenamen tegen legataris (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-04-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 323
RvdW 2008, 454
JWB 2008/192

Uitspraak

18 april 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/239HR

IV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2],

3. [Eiser 3],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] c.s. hebben bij exploot van 3 december 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, verklaring voor recht dat [verweerder] jegens hen en jegens de nalatenschap van de erflater [betrokkene 1] onrechtmatig heeft gehandeld, en dat [verweerder] deswege gehouden is tot betaling van een schadevergoeding en veroordeling tot betaling van een bedrag van € 451.860,11.

[Verweerder] heeft verweer gevoerd.

Bij tussenvonnis van 12 mei 2004 heeft de rechtbank [verweerder] toegelaten tot bewijslevering.

De rechtbank heeft bij eindvonnis van 2 februari 2005 de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen.

Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 16 mei 2006 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.