Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC5015

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-04-2008
Datum publicatie
18-04-2008
Zaaknummer
C06/321HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC5015
In sprongcassatie op: ECLI:NL:RBUTR:1998:ZL0570
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheidsrecht. Afgewezen regresvordering (opstal)assuradeuren tegen hoofdaannemer voor verzekeringsuitkeringen na gasexplosie; voorzorgsmaatregelen, onderzoeksplicht (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-04-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 325
RvdW 2008, 456
JWB 2008/188

Uitspraak

18 april 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/321HR

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G. Snijders,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiseres] heeft tezamen met [A] B.V. bij exploot van 7 december 1994 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht. Na wijziging van eis heeft [eiseres] gevorderd, kort gezegd, [verweerster] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 950.498,--, met rente en kosten.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

Na tussenvonnissen van 30 september 1998, 20 december 2000 en 13 juni 2001, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 27 februari 2002 de vordering van [eiseres] toegewezen.

Tegen deze vonnissen heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 10 augustus 2006 heeft het hof het beroep tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 30 september 1998 niet-ontvankelijk verklaard, de bestreden vonnissen van 20 december 2000, 13 juni 2001 en 27 februari 2002 vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de door [eiseres] tegen [verweerster] ingestelde vordering afgewezen. Het hof heeft het hoger beroep voor het overige verworpen en [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot veroordeling van [eiseres] tot terugbetaling.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. M.S. Goeman, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 6 maart 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.