Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC4874

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2008
Datum publicatie
22-02-2008
Zaaknummer
R06/119HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC4874
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzekeringszaak; zie voor de hoofdzaak nr. C06/268. Bewijsrecht; voldoende belang bij voorlopig deskundigenbericht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 147
RvdW 2008, 260
NJB 2008, 618
JWB 2008/95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 februari 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/119HR

RM/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. R.S. Meijer,

t e g e n

1. AXA SCHADE N.V.,

gevestigd te Utrecht,

2. [Verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], AXA en [verweerder 2], verweerders ook als AXA c.s.

1. Het geding in feitelijke instantie

Met een op 21 maart 2005 ter griffie van het gerechtshof te Amsterdam ingekomen verzoekschrift hebben de ouders van [eiser] het hof verzocht, kort gezegd, omtrent in dat verzoekschrift vermelde feiten en ten behoeve van het bij het hof tussen partijen aanhangige hoger beroep (ingeschreven onder rolnummer 04/1832) een voorlopig deskundigenbericht te gelasten opdat bewezen wordt dat [verweerder 2] op het moment van de aanrijding, respectievelijk vlak daaraan voorafgaand, te hard heeft gereden.

Axa c.s. hebben het verzoek bestreden.

Na mondelinge behandeling van het verzoek, heeft het hof bij beschikking van 8 juni 2006 het verzoek afgewezen.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

AXA c.s. zijn in cassatie niet verschenen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 december 2007 op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Deze zaak hangt samen met de tussen dezelfde partijen bij de Hoge Raad onder rolnummer C06/268 aanhangige zaak, waarin eveneens heden uitspraak wordt gedaan.

3.2 In de bestreden beschikking van 8 juni 2006 heeft het hof het hiervoor in 1 vermelde verzoek afgewezen met verwijzing naar de in zijn arrest van dezelfde datum opgenomen overweging dat zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat [verweerder 2] niet met een zodanige snelheid heeft gereden dat dit tot een grotere bijdrage van zijn wijze van rijden aan het ongeval dan 50% heeft geleid, waaraan het hof de gevolgtrekking verbond dat [eiser] bij zijn verzoek onvoldoende belang heeft.

3.3 Nu het arrest van het hof van 8 juni 2006 in het hiervoor vermelde arrest van heden wordt vernietigd met verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage, komt daarmee de grond te ontvallen aan de afwijzing van het verzoek van [eiser]. Het hiertoe strekkende onderdeel II van het middel is dan ook gegrond. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 8 juni 2006;

verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt AXA c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 341,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 februari 2008.