Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC4492

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
C06/314HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC4492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Koop; omvang rechtsstrijd in appel. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-03-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 200
RvdW 2008, 322
JWB 2008/127

Uitspraak

14 maart 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/314HR

MK/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M. Ynzonides.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiseres] heeft bij exploot van 25 november 1999 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat [verweerster] jegens [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten, [verweerster] te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 38.187,50 en [verweerster] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander met rente en kosten.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 12 juli 2000, 1 augustus 2001 en 11 september 2002 te hebben uitgesproken, bij eindvonnis van 13 november 2002 de vorderingen toegewezen.

Tegen dit eindvonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiseres] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Na een tussenarrest van 23 november 2005 heeft het hof bij eindarrest van 31 mei 2006 de vonnissen van de rechtbank van 1 augustus 2001, 11 september 2002 en 13 november 2002 vernietigd en de vorderingen alsnog afgewezen.

Het tussenarrest en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 646,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.