Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC4453

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-02-2008
Datum publicatie
19-02-2008
Zaaknummer
00444/07
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC4453
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beslag. HR ziet anders dan de AG geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest t.a.v. de verbeurdverklaring van 2 geldbedragen, nu de OvJ de rm heeft laten weten dat de geldbedragen aan verdachte dienen te worden teruggegeven en uit een aantekening op het dossier volgt dat dit ook daadwerkelijk is geschied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2008, 129
JOL 2008, 137
RvdW 2008, 275
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 februari 2008

Strafkamer

nr. 00444/07 E

LBS/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, Economische Kamer, van 15 mei 2006, nummer 21/001613-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 4 maart 2004 - de verdachte ter zake van 1. "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder C, (oud) van de Opiumwet gegeven verbod" en 2. "medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid onder a en c, van de Wet milieubeheer" en 3. "opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegde beslag onttrekken" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren alsmede tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 uren hechtenis. Tevens is aan verdachte een geldboete opgelegd van € 5.000,-, subsidiair 100 dagen hechtenis met ontrekking en verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover daarbij de verbeurdverklaring is uitgesproken van geldbedragen van ƒ 4.054,10 en BEF 600,-, met verwerping van het beroep voor het overige.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het middel

Het middel, dat klaagt over de afwijzing door het Hof van een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat een brief van 22 september 2002 van de Officier van Justitie aan de raadsman van de verdachte inhoudt dat de Officier van Justitie heeft beslist dat de geldbedragen waarop conservatoir beslag is gelegd aan de verdachte dienen te worden teruggegeven. Een aantekening op het zich in het dossier bevindende bewijs van ontvangst houdt in dat het geld daadwerkelijk aan de verdachte is teruggegeven.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 februari 2008.