Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC4089

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
13-02-2008
Zaaknummer
07/12902 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. In de aanvrage wordt onder meer aangevoerd dat het onderzoek der zaak destijds niet zou hebben geleid tot een veroordeling van aanvraagster indien de rechter op de hoogte was geweest van de omstandigheid dat aanvraagster t.t.v. het strafbare feit leed aan een psychische stoornis. De aanvrage en de bijgevoegde stukken kunnen niet een ernstig vermoeden wekken a.b.i. art. 457.1.2 Sv. In het bijzonder houden zij onvoldoende in om het ernstig vermoeden te kunnen wekken dat de Pr – ware deze daarmee bekend geweest – aanvraagster zou hebben ontslagen van rechtsvervolging op de grond dat zij t.t.v. het bewezenverklaarde leed aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens dat het bewezenverklaarde feit haar niet kan worden toegerekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 107
RvdW 2008, 242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 februari 2008

Strafkamer

nr. 07/12902 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 14 april 2003, nummer 15/060075-03, ingediend door mr. L.J.P. Mentink, advocaat te Alkmaar, namens:

[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ten tijde van de indiening van de aanvrage verblijvende in de Psychiatrische Voorziening "Alkmaar" te Alkmaar.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. In de aanvrage wordt onder meer aangevoerd dat het onderzoek der zaak destijds niet zou hebben geleid tot een veroordeling van de aanvraagster indien de rechter op de hoogte was geweest van de omstandigheid dat de aanvraagster ten tijde van het strafbare feit leed aan een psychische stoornis.

3.3. De aanvrage en de bijgevoegde stukken kunnen niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. In het bijzonder houden zij onvoldoende in om het ernstig vermoeden te kunnen wekken dat de Politierechter - ware deze daarmee bekend geweest - de aanvraagster zou hebben ontslagen van rechtsvervolging op de grond dat zij ten tijde van het bewezenverklaarde leed aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens dat het bewezenverklaarde feit haar niet kan worden toegerekend.

3.4. Nu de aanvrage voor het overige niets inhoudt dat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld, vloeit uit het vorenoverwogene voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 12 februari 2008.