Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC3841

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2008
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
R07/027HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC3841
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden van Nederlandse en Turkse nationaliteit bij de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap over de vraag of ingevolge art. 1:94 BW een bruidschat buiten de gemeenschap valt en aan de vrouw toekomt (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 91
RvdW 2008, 205
JWB 2008/67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 februari 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/027HR

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E.J.W.F. Deen

t e g e n

[De man]

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 25 april 2005 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken en de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen, zoals door hem verzocht.

De vrouw heeft het verzoek ten aanzien van de vaststelling van de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap bestreden en harerzijds zelfstandig verzocht de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen, zoals door haar verzocht.

De rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 2005 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en voorts, voorzover thans van belang, de sieraden (uit de bruidsschat) aan de vrouw toebedeeld, onder bepaling dat de vrouw de helft van de waarde per de peildatum aan de man dient te voldoen. De rechtbank heeft de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot afgifte van de sieraden en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft het hof verzocht de beschikking ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgemeenschap te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de vrouw alsnog toe te wijzen.

Bij beschikking van 15 november 2006 heeft het hof de bestreden beschikking, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 8 februari 2008.