Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC3406

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
07/11684 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. De aanvraag bevat geen opgave van bewijsmiddelen. Dat leidt tot niet-ontvankelijkheid. De HR merkt op dat de aanvrage steunt op omstandigheden die zijn vermeld in stukken die zich bevinden in het de HR ter beschikking staande dossier zodat niet kan worden gezegd dat deze omstandigheden de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 84
RvdW 2008, 216
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 februari 2008

Strafkamer

nr. 07/11684 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 7 juli 2006, nummer 05/910261-05, ingediend door mr. A. Kiliç-Sahin, advocaat te Lent, namens:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van 1. "medeplegen van in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" en 2. "in het bezit zijn van een waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, waarvan hij weet dat het vals is" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheden kan blijken. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Voorts verdient het volgende opmerking. De aanvrage steunt op omstandigheden die zijn vermeld in stukken die zich bevinden in het de Hoge Raad ter beschikking staande dossier. Derhalve kan niet worden gezegd dat deze omstandigheden de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Gronden voor herziening leveren deze omstandigheden dan ook niet op. In het bijzonder kan aan de enkele omstandigheid dat zich in het dossier een afdruk bevindt van een camera-opname van de persoon die met een vals pasje zou hebben getankt - op welke opname de beeltenis van die persoon niet duidelijk waarneembaar is - de gestelde persoonsverwisseling niet worden afgeleid.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 februari 2008.