Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC3353

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-04-2008
Datum publicatie
04-04-2008
Zaaknummer
R07/108HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC3353
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Omgangsregeling, dwangsomveroordeling van de moeder (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-04-04
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 259
RvdW 2008, 393
JWB 2008/155

Uitspraak

4 april 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/108HR

JMH/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

1. [De vader],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaten mrs. J.P. Heering en L. van den Eshof,

2. het Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering, werkeenheid van de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, met mandaat van de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder (verzoekster in cassatie), de vader (verweerder in cassatie sub 1) en de stichting (verweerster in cassatie sub 2).

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een viertal op 12 december 2005 ter griffie van de rechtbank Almelo ingekomen verzoekschriften heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de bij beschikking van deze rechtbank van 25 maart 2005 vastgestelde omgangsregeling tussen hem en zijn vier kinderen: [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, [kind 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, en [kind 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000, in die zin te wijzigen dat er twee proefcontacten tussen vader en de vier kinderen onder begeleiding op het kantoor van de stichting zullen plaatsvinden.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 20 maart 2006, uitvoerbaar bij voorraad, de bij voormelde beschikking van 25 maart 2005 vastgestelde omgangsregeling ten aanzien van de drie jongste kinderen gewijzigd zoals in het dictum is weergegeven, en de omgangsregeling tussen hem en zijn oudste dochter afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij beschikking van 27 februari 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad, een omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en de vier kinderen als weergegeven in het dictum en bepaald dat de moeder een dwangsom van € 1.000,-- met een maximum van € 15.000,-- verbeurt voor iedere keer dat zij geen medewerking verleent aan een omgangsregeling, en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen en de stichting heeft van het voeren van verweer afgezien.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.