Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC2801

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-04-2008
Datum publicatie
11-04-2008
Zaaknummer
C06/295HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC2801
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheid bestuurder voor niet nagekomen overeenkomst. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-04-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 299
RvdW 2008, 424
JWB 2008/176

Uitspraak

11 april 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/295HR

JMH/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats], België,

EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,

t e g e n

de vennootschap naar Belgisch recht N.V. IDAT,

gevestigd te Sint-Lambrechts-Woluwe, België,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en IDAT.

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 12 maart 2004, rolnummer C02/275HR, NJ 2004, 284 tussen thans verweerster in cassatie IDAT en thans eiser tot cassatie [eiser].

Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 mei 2002 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Arnhem verwezen.

Na memoriewisseling tussen partijen heeft dit hof bij tussenarrest van 9 november 2004 [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindarrest van 23 mei 2006 in het principaal appel het beroep tegen de vonnissen van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 mei 1997, 18 december 1998 en 14 januari 2000 (eindvonnis) verworpen. In het incidenteel appel heeft het hof het eindvonnis van deze rechtbank van 14 januari 2000 uitsluitend vernietigd met betrekking tot de rente, dit vonnis voor het overige bekrachtigd en ten aanzien van de wettelijke rente, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld tot betaling aan IDAT van de verschuldigde wettelijke over € 1.813.229,38 vanaf 12 januari 1994 tot de dag der algehele voldoening.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. IDAT heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 februari 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van IDAT begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt IDAT in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 71,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 april 2008.