Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC2792

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-02-2008
Datum publicatie
15-02-2008
Zaaknummer
C06/281HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC2792
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Arbeidsgeschil over de eenzijdige opzegging door werkgever van arbeidsovereenkomst (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 126
RvdW 2008, 235
JWB 2008/92
JAR 2008/77
AR-Updates.nl 2008-0097
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 februari 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/281HR

MK/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. J. Biemond, thans mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Verweerder] heeft bij exploot van 6 februari 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 13 september 2002 door opzegging is geëindigd, en [eiseres] te veroordelen primair tot betaling van 70% van het laatstverdiende loon, alsmede 70% van de vakantierechten te rekenen vanaf 7 oktober 2002 gedurende de periode dat [verweerder] recht zou hebben gehad op een WW-uitkering (indien deze niet geweigerd zou zijn door de UWV Bouwnijverheid), met rente. [Verweerder] heeft subsidiair gevorderd dat [eiseres] aan hem dient te betalen een gefixeerde schadevergoeding over de periode van 7 oktober 2002 tot en met 31 januari 2003 van € 8.293,45 bruto en € 1.920,83 netto, met rente.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft, na een tussenvonnis van 25 juli 2003, bij eindvonnis van 18 maart 2005 de vorderingen afgewezen.

Tegen deze vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft [verweerder] zijn eis gewijzigd.

Bij arrest van 11 april 2006 heeft het hof de vonnissen van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld om aan [verweerder] ter zake van gefixeerde schadevergoeding over de periode van 7 oktober 2002 tot en met 31 januari 2003 een bedrag van € 8.293,45 bruto en een bedrag van € 1.920,83 netto te betalen, met rente.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 februari 2008.