Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC2250

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
R07/074HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC2250
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Huwelijksvermogensrecht. Boedelverdeling; waardering onderneming. (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-03-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 190
RvdW 2008, 315
JWB 2008/118

Uitspraak

14 maart 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/074HR

MK/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mrs. R.S. Meijer en N.T. Dempsey.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 3 oktober 2002 ter griffie van de rechtbank Breda ingekomen verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd en voorzover in cassatie van belang, echtscheiding tussen partijen uit te spreken en de verdeling van de gemeenschap van goederen te bevelen.

De vrouw heeft een verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken ingediend.

De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 17 november 2004, voorzover in cassatie van belang, echtscheiding tussen partijen uitgesproken, de verdeling bevolen zoals weergegeven in rov. 3.5 van de beschikking en de beslissing op het verzoek tot bepaling van de waarde van de onderneming [A] B.V. en de verdeling van de pensioenrechten aangehouden. Na tussenbeschikkingen van 14 januari 2005 en 4 maart 2005 heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 17 juni 2005 de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen ten overstaan van een notaris bevolen, met benoeming van een onzijdig persoon tot vertegenwoordiging van diegene van partijen die niet meewerkt tot de verdeling en het meer of anders verzochte afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenbeschikking van 7 april 2006 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd, bepaald dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de vraagpunten zoals in het dictum van de beschikking van de rechtbank van 4 maart 2005 bepaald en iedere verdere beslissing aangehouden. Bij eindbeschikking van 9 januari 2007 heeft het hof de aandelen in [A] B.V. toegedeeld aan de man en de vrouw bevolen mee te werken aan de levering op kosten van levering voor rekening van de man, bepaald dat de man zich dient in te spannen om het bedrag aan pensioenrechten van de vrouw uit [A] B.V. tot het beloop van € 39.955,-- af te storten naar een door de vrouw aan te wijzen pensioenverzekeraar en hetgeen meer of anders is verzocht afgewezen.

De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.