Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC1829

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
16-01-2008
Zaaknummer
07/11680 H
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2005:AS5712, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. De aanvrage houdt o.m. in dat een ander dan aanvrager de strafbare feiten heeft gepleegd. Dat verweer is blijkens het pv. ttz. in 1e aanleg ook reeds aldaar gevoerd, zodat in zoverre niet van een nieuwe omstandigheid sprake is. Voor het overige betreft het gestelde niets wat kan worden aangemerkt als een door bewijsmiddelen gestaafd beroep op omstandigheden a.b.i. art. 457.1.2° Sv. Hetzelfde geldt voor het overige in de aanvrage gestelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 15
RvdW 2008, 126
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 januari 2008

Strafkamer

nr. 07/11680 H

AW

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 21 januari 2005, nummer 24/001172-04, ingediend door mr. R. Skála, advocaat te Haren, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, ten tijde van de aanvrage verblijvende in de TBS-kliniek "De Oostvaarderskliniek" te Amsterdam.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Groningen van 22 juli 2004 - de aanvrager ter zake van zaak A "medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is" en zaak B, feit 1 en feit 2 telkens "medeplegen van verkrachting" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en daarbij bevolen dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en aan de aanvrager een betalingsverplichting opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3.1. De aanvrage bevat een opgave van stellingen die onder meer inhouden:

- dat een ander dan de aanvrager aan het door de slachtoffers gegeven signalement voldoet,

- dat de aanvrager "meent" te weten hoe deze persoon heet en waar deze woont,

- dat deze persoon een "band" heeft met de medepleger,

- dat deze persoon de familie van de aanvrager lastig valt en

- dat een van de slachtoffers - naar de aanvrager "heeft vernomen" - de politie tevergeefs erop heeft geattendeerd dat hij (de aanvrager) ten onrechte is veroordeeld.

Aan de aanvrage zijn foto's gehecht die volgens de aanvrager de beeltenis van die ander ("dubbelganger") weergeven.

3.3.2. Het verweer dat een ander dan de aanvrager de strafbare feiten heeft gepleegd is blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg ook reeds aldaar gevoerd, zodat in zoverre niet van een nieuwe omstandigheid sprake is. Voor het overige betreft het gestelde niets wat kan worden aangemerkt als een door bewijsmiddelen gestaafd beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld.

3.4. Hetzelfde heeft te gelden voor het overige in de aanvrage gestelde.

3.5. De aanvrage kan daarom, gelet op het bepaalde in de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 15 januari 2008.