Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC1343

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
00835/07
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC1343
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Indienen cassatieschriftuur. De schriftuur van cassatie ingediend door de raadsman van verdachte is blijkens 2 daarop geplaatste stempels op 1-6-2007 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage en – kennelijk na doorzending - op 6-6-2007 bij de strafgriffie van de HR ingekomen. De aanzegging a.b.i. art. 435.1 Sv is op 4-4-2007 aan verdachte in persoon betekend. Ingevolge art. 437.2 Sv is de verdachte door of namens wie beroep in cassatie is ingesteld, op straffe van n-o verplicht binnen 2 maanden nadat de aanzegging is betekend, bij de HR door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie. Nu de schriftuur niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de HR is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2008, 71
JOL 2008, 36
RvdW 2008, 161
NJB 2008, 394
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 januari 2008

Strafkamer

nr. 00835/07

SM/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 juli 2006, nummer 20/009015-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Breda van 26 april 2005 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht" veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren alsmede een geldboete van € 1.250,-, subsidiair 25 dagen hechtenis. Voorts is hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden ontzegd, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze is een schriftuur ingediend.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. Tot de stukken van het geding behoort een schriftuur van cassatie, ingediend door de raadsman van de verdachte. Blijkens twee daarop geplaatste stempels is deze schriftuur op 1 juni 2007 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te 's-Gravenhage en - kennelijk na doorzending - op 6 juni 2007 bij de strafgriffie van de Hoge Raad ingekomen.

3.2. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 4 april 2007 aan de verdachte in persoon betekend. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv is de verdachte door of namens wie beroep in cassatie is ingesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid verplicht binnen twee maanden nadat de aanzegging is betekend, bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen, houdende zijn middelen van cassatie. Nu de schriftuur niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 22 januari 2008.