Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC1262

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
R07/037HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC1262
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging kinder- en partneralimentatie; voorlopige voorziening, ontvankelijkheid appel, doorbreking rechtsmiddelenverbod? (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 49
RvdW 2008, 153
JWB 2008/36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 januari 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/037HR

MK/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H. van Gelderen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 8 augustus 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van de rechtbank van 3 november 2005 te wijzigen, dan wel aan te vullen in die zin dat de rechtbank zal bepalen dat:

1. de som welke de man voorlopig zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen met ingang van 1 april 2006 wordt bepaald op € 300,-- per maand per kind;

2. de hypotheeklasten niet behoren tot de alimentatieverplichtingen in de zin van de beschikking van 3 november 2005, maar door partijen gezamenlijk dienen te worden gedragen, althans om een daartoe strekkende zelfstandige voorlopige voorziening te treffen;

3. de in de beschikking van 3 november 2005 toegestane verrekeningen (door de man) dan wel opnamen (door de vrouw) van € 8.000,-- per maand uit de beleggingsrekening beschouwd dienen te worden als voorschotten aan de vrouw op de scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen, althans om een daartoe strekkende zelfstandige voorlopige voorziening te treffen.

De vrouw heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht voor de duur van het geding de man te veroordelen om met ingang van 1 mei 2006 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen van € 700,-- per maand per kind te betalen en de man te veroordelen met ingang van 1 mei 2006 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw van € 16.000,-- per maand te betalen.

De rechtbank heeft bij beschikking van 7 september 2006, met wijziging in zoverre van de beschikking van 3 november 2005, de som welke de man met ingang van 1 mei 2006 voorlopig zal verstrekken tot de verzorging en opvoeding van de minderjarigen op € 500,-- per maand per kind bepaald, de som welke de man met ingang van 1 mei 2006 voorlopig zal verstrekken tot levensonderhoud van de vrouw op € 15.000,-- per maand bepaald en de man niet-ontvankelijk verklaard in de hierboven onder 2 en 3 vermelde verzoeken.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij beschikking van 17 januari 2007 heeft het hof de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 januari 2008.