Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BC1245

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-03-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
C06/280HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BC1245
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Dagvaarding; niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdige inschrijving ter rolle?; instemming met latere roldatum door verschijning zonder in eerste processtuk beroep te doen op ontbreken van instemming met de latere datum (HR 4 oktober 2002, NJ 2004, 149); faillissementsrecht; pauliana; wetenschap benadeling? (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2008-03-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 197
RvdW 2008, 319
JWB 2008/125

Uitspraak

14 maart 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/280HR

MK/AG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Eiseres 4],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

mr. Petrus Wilhelmus Henricus Maria HAANS,

wonende te Bergen op Zoom,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],

VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

De curator heeft bij exploot van 24 juli 2000 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, kort gezegd en na wijziging van eis:

1. de koopovereenkomst en overdracht in eigendom bij notariële akte van 12 juli 1991 door [betrokkene 1] met [eiser] c.s. van de helft van de nalatenschap van zijn overleden moeder en de schenking van de koopsom van ƒ 75,000,-- nietig te verklaren;

2. [Eiser] c.s. (ieder van hen afzonderlijk) te veroordelen om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 18.750,--;

met rente en kosten.

[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 2 juli 2002 de curator niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Tegen dit vonnis heeft de curator hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Na een tussenarrest van 26 juli 2005 heeft het hof bij eindarrest van 11 april 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering onder 1. toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.P. Heering, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 25 januari 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.