Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BB8622

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-02-2008
Datum publicatie
01-02-2008
Zaaknummer
R07/051HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BB8622
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van kinderalimentatie. Procesrecht. herstelbeschikking (art. 31 Rv.), rechtsmiddelenverbod, doorbrekingsgrond (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 67
RvdW 2008, 183
JWB 2008/58
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 februari 2008

Eerste Kamer

Rek.nr. R07/051HR

MK/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 25 februari 2005 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de beschikking van de rechtbank van 22 januari 1997 te wijzigen en te bepalen dat de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de uit het huwelijk tussen partijen geboren minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2] (hierna: de kinderen) met ingang van 1 februari 2005 op nihil wordt gesteld.

De moeder heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 25 januari 2006, hersteld bij beschikking van 22 februari 2006, de beschikking van 22 januari 1997 in zoverre gewijzigd dat de door de vader te betalen bijdrage in kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van de datum van de beschikking (25 januari 2006) op nihil wordt gesteld en bepaald dat aan de betalingsverplichting die voortvloeit uit de beslissing waarvan wijziging is verzocht, is voldaan met hetgeen tot op de datum (25 januari 2006) van de beschikking in feite is betaald.

Tegen de beschikking van 25 januari 2006, zoals hersteld bij beschikking van 22 februari 2006, heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 7 december 2006 heeft het hof de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep voor zover dat is gericht tegen het herstel van de beschikking van 25 januari 2006 en de beschikking van 25 januari 2006, welke beschikking is verbeterd bij beschikking van 22 februari 2006, bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikkking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.