Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:BB7037

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-01-2008
Datum publicatie
18-01-2008
Zaaknummer
C06/241HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BB7037
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8678, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Geschil over de beëindiging van een gemengde overeenkomst van huur en beheer van een complex voor jongerenhuisvesting (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 28
RvdW 2008, 109
JWB 2008/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 januari 2008

Eerste Kamer

Nr. C06/241HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING JONGERENHUISVESTING UNION,

gevestigd te 's-Gravenhage,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga,

t e g e n

STICHTING VESTIA GROEP,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als SJU en Vestia.

1. Het geding in feitelijke instanties

Vestia heeft bij exploot van 14 januari 2004, voor zover in cassatie van belang, SJU gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd,

I. te verklaren voor recht dat:

a. de overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als een beheersovereenkomst;

b. de beheersovereenkomst tussen partijen op 1 juni 2003 is geëindigd;

II. SJU te veroordelen:

a. aan Vestia af te geven de volledige administratie betrekking hebbend op het complex in de Van Weede van Dijkveldstraat, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

b. alle huurders van de woningen in het complex schriftelijk te informeren dat SJU niet meer als beheerder optreedt, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

c. aan Vestia te voldoen alle bedragen die SJU ten behoeve van Vestia onder zich houdt;

d. om de schade te vergoeden als omschreven in de inleidende dagvaarding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

met kosten.

SJU heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 20 oktober 2004 de vorderingen van Vestia grotendeels toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft SJU hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na een tussenarrest van 8 april 2005 heeft het hof bij eindarrest van 12 mei 2006, voorzover in cassatie van belang, de door de rechtbank toegewezen vorderingen jegens JHU, onder wijziging van gronden, bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft SJU beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Vestia is verstek verleend.

De zaak is voor SJU toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van SJU heeft bij brief van 16 november 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt SJU in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vestia begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 januari 2008.