Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:AZ9087

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
11-01-2008
Zaaknummer
42298
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:AZ9087
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2005:AT6751, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Douanerechten. Indeling in de GN van een multifunctioneel apparaat, dat kan afdrukken (printen), faxen en kopiëren (scannen) onder post 9009 (fotokopieerapparaten) of post 8471 (afdrukeenheden).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008, 225 met annotatie van Benning
FutD 2008-0091
BNB 2008/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 42.298

11 januari 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2005, nr. 00/90003 DK, betreffende na te melden aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) gerichte uitnodiging tot betaling van douanerechten.

1. Het geding in feitelijke instantie

Belanghebbende is bij aanslagbiljet van 22 juni 1999 uitgenodigd tot betaling van een bedrag aan douanerechten, welke uitnodiging tot betaling, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Tariefcommisie.

Het Hof, dat met ingang van 1 januari 2002 in de plaats is getreden van de Tariefcommissie, heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en het bedrag waarop de uitnodiging tot betaling ziet, verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Staatssecretaris heeft het incidentele beroep beantwoord.

Op 21 december 2006 heeft de Advocaat-Generaal W. de Wit geconcludeerd tot gegrondverklaring van het principale beroep, vernietiging van de uitspraak van het Hof en verwijzing van de zaak voor nader feitelijk onderzoek.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het in het principale beroep voorgestelde middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De in geding zijnde uitnodiging tot betaling heeft, voor zover zij is bestreden, betrekking op douanerechten geheven voor een multifunctioneel apparaat, genaamd product A (hierna: A), dat de functies afdrukken, scannen, faxen en kopiëren bevat en dat de door het Hof in onderdeel 2.3 van zijn uitspraak weergegeven toepassingsmogelijkheden kent.

3.2. Voor het Hof was in geschil in welke post van de gecombineerde nomenclatuur (tekst 1996; hierna ook: de GN) A moet worden ingedeeld, in post 9009 12 00 volgens het standpunt van de Inspecteur, of in post 8471 60 90 dan wel 8471 60 40 volgens het standpunt van belanghebbende.

3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat A met toepassing van de algemene indelingsregels 1, 3b en 6 moet worden ingedeeld in post 8471 60 40 van de GN. Daartoe heeft het Hof overwogen dat de afdrukfunctie van het apparaat doorslaggevend voor de indeling dient te zijn en dat het apparaat aan het bepaalde in aantekening 5B, letters b en c, op hoofdstuk 84 van de GN voldoet, zodat het op grond van aantekening 5D op hoofdstuk 84 kan worden ingedeeld als eenheid voor een automatische gegevensverwerkende machine bij post 8471.

3.4. Het middel betoogt dat het Hof zijn oordeel dat de afdrukfunctie doorslaggevend is voor de indeling ten onrechte heeft gebaseerd op de vaststelling dat, gelet op het feitelijke gebruik van het apparaat binnen een netwerkomgeving, de afdrukfunctie de facto overheersend is. Voorts wordt betoogd dat het Hof geen toepassing had mogen geven aan de algemene indelingsregel 3b.

3.5. Ingevolge algemene regel 1, opgenomen in de inleidende bepalingen op de gecombineerde nomenclatuur, vervat in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87, zijn voor de indeling wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en - voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen - de vervolgens opgenomen regels.

3.6. Zoals het Hof met juistheid heeft overwogen, is het vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals deze in de GN zijn omschreven en zoals deze aan de hand van die omschrijving in concreto bij de litigieuze goederen kunnen worden vastgesteld.

3.7. Bij het onderzoeken van de vraag in welke post van de GN A moet worden ingedeeld, heeft het Hof terecht post 9009 in beschouwing genomen. Die post is omschreven als "Fotokopieer-apparaten werkend met een optisch systeem of voor contactdruk, alsmede thermokopieerapparaten". De onder deze post vallende goederen worden aldus omschreven naar de functie ervan, te weten apparaten die kunnen kopiëren.

3.8. Gelet op de omstandigheid dat met A kopieën kunnen worden gemaakt, kan dit apparaat in beginsel worden ingedeeld in post 9009. Uitgaande van 's Hofs in cassatie niet bestreden oordeel dat A eveneens vatbaar is voor indeling in post 8471 van de GN, doet zich hier een situatie voor waarvoor algemene regel 3 een oplossing beoogt te bieden (vgl. HvJ EG 9 oktober 1997, Rank Xerox, C-67/95, Jurispr. blz. I-5401).

3.9. De enkele mogelijkheid dat met behulp van A fotokopieën kunnen worden gemaakt doet dit apparaat echter niet voldoen aan de omschrijving van post 9009 indien die mogelijkheid aan het apparaat niet zijn objectieve kenmerkende eigenschap geeft doch slechts een louter bijkomende functie vervult (vgl. HvJ EG 10 mei 2001, VauDe Sport, C-288/99, Jurispr. blz. I-03683, en HvJ EG 17 mei 2001, Hewlett Packard, C-119/99, Jurispr. blz. I-03981).

3.10. Uit 's Hofs oordeel dat de afdrukfunctie van A - gelet op het feitelijke gebruik van het apparaat binnen een netwerkomgeving - de facto overheersend is, volgt niet dat de kopieerfunctie van het apparaat louter bijkomstig is in voormelde zin. Het Hof heeft miskend - het middel klaagt daarover terecht - dat het feitelijke gebruik niet de indeling kan bepalen. Van belang is of A zijn kopieerfunctie dankt aan objectieve eigenschappen waarvan het apparaat kennelijk speciaal met het oog op die functie is voorzien en die het apparaat een geschiktheid geven voor het maken van fotokopieën, die niet slechts een sequeel is van de technische uitrusting voor de afdruk-, scan- of faxfunctie. Indien zulks het geval is, dient bij de indeling van het onderhavige apparaat als leidraad te worden genomen de rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot de indeling van multifunctionele apparaten, in het bijzonder het hiervoor vermelde arrest Rank Xerox, punten 27 - 31.

3.11. Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het middel. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

4. Het incidentele beroep

Gelet op het onder 3 overwogene behoeft dit beroep geen behandeling. Na verwijzing kan zonodig opnieuw worden bezien of er termen zijn voor een veroordeling tot schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht.

Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.

5. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het principale beroep van de Staatssecretaris gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en

verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.

De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. P. Lourens.