Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2008:AZ6891

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-09-2008
Datum publicatie
12-09-2008
Zaaknummer
42326
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:AZ6891
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2005:AT8616, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Geen belang bij klacht over wijze van bekendmaken van uitspraak op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 2008/288 met annotatie van G.J. van Slooten
V-N 2008/46.7 met annotatie van Redactie
FutD 2008-1894
NTFR 2008/1760 met annotatie van Mr. S.K.A. Efstratiades
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Nr. 42.326

12 september 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, Verenigde Staten van Amerika, (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 mei 2005, nr. 02/04130, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd. Het door belanghebbende tegen die aanslag gemaakte bezwaar is door de Inspecteur bij een op 20 augustus 2001 gedagtekende uitspraak ongegrond verklaard.

Het Hof heeft bij zijn in de aanhef vermelde uitspraak het door belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 18 december 2006 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep en verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof.

Zowel belanghebbende als de Minister van Financiƫn heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

Naar aanleiding van de schriftelijke reactie van de Minister heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Daarop kan geen acht worden geslagen, nu de wet niet de mogelijkheid biedt zodanig stuk in te dienen.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. Bij gegrondbevinding van de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de op 20 augustus 2001 gedagtekende uitspraak op bezwaar door de toezending van die uitspraak naar het laatst bekende adres van belanghebbende bekend is gemaakt, heeft belanghebbende geen belang. Indien, zoals de Inspecteur heeft erkend in een brief aan de toenmalige gemachtigde van belanghebbende van 28 november 2001, door die toezending de uitspraak niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, heeft voormelde uitspraak alsnog werking verkregen door een latere bekendmaking ervan, te weten door het verzenden van een afschrift van de uitspraak aan belanghebbende op 12 september 2002. Aan de juistheid van het oordeel van het Hof dat tegen de uitspraak op bezwaar tijdig beroep is ingesteld, doet dit, gezien de ontvangst op 17 september 2002 door het Hof van de in onderdeel 1.2 van zijn uitspraak vermelde stukken, niet af, wat er zij van de grond waarop het Hof dit oordeel heeft gebaseerd.

Uit het hiervoor overwogene volgt tevens dat het betoog van belanghebbende dat het Hof heeft geoordeeld over een uitspraak van de Inspecteur die geen werking heeft verkregen, geen doel kan treffen.

3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. Van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2008.