Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB9132

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-12-2007
Datum publicatie
21-12-2007
Zaaknummer
07/12761HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB9132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

BOPZ. Voorlopige machtiging; beslissing gebaseerd op contra-expertise waarop betrokkene niet heeft kunnen reageren; schending van art. 8 lid 1, 6 en 9 Wet Bopz; art. 5 EVRM; schending beginsel van hoor en wederhoor (art. 19 Rv.)

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 8
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 8
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 8
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 891
RvdW 2008, 66
NJB 2008, 290
JWB 2008/8
BJ 2008/13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21 december 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. 07/12761HR

MK

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 's-Hertogenbosch,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instanties

De officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch heeft op 14 augustus 2007, onder overlegging van een op 9 augustus 2007 ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelingsplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, de klinisch geriater i.o. en de psychiater had gehoord, heeft zij bij tussenbeschikking van 27 augustus 2007 een deskundige benoemd en aan deze verzocht betrokkene te onderzoeken en een deskundig oordeel te geven zoals gevraagd in de geneeskundige verklaring ingevolge art. 16 Wet Bopz behorende bij een voorlopige machtiging. Bij eindbeschikking van 12 september 2007 heeft de rechtbank een voorlopige machtiging verleend om betrokkene te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis, ingaande 12 september 2007, eindigende op 11 maart 2008.

De eindbeschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank 's-Hertogenbosch.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Wat betreft de feiten en het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst de Hoge Raad naar de punten 1.1-1.3 van de conclusie van de Advocaat-Generaal en naar het hiervoor onder 1 overwogene.

3.2 Na het resultaat van de, door betrokkene ter zitting van 27 augustus 2007 verzochte, contra-expertise naar haar psychiatrische stoornis en daaraan gerelateerd gevaar te hebben afgewacht, heeft de rechtbank in haar beschikking de verzochte voorlopige machtiging verleend tot 11 maart 2008. Daartoe overwoog de rechtbank:

"De door psychiater [betrokkene 1] uitgevoerde contra-expertise op 31 augustus 2007, binnengekomen ter griffie op 3 september 2007, bevestigt de eerdere diagnose dat betrokkene lijdt aan een psychiatrische stoornis. Er is bij betrokkene sprake van een waanstoornis, achtervolgingstype (DSM-IV code 297.1). Psychiater [betrokkene 1] merkt daarbij op dat lichamelijk onderzoek nodig is om vast te stellen of er sprake is van een somatische aandoening, doch het onderzoek heeft niet kunnen plaatsvinden omdat betrokkene daaraan niet meewerkt.

De stoornis, bestaande uit de pathologische achterdocht, de paranoïdie en het afwijzen van elke hulp, leidt tot sociaal afglijden en roept agressie op bij anderen.

Betrokkene loopt eveneens gevaar maatschappelijk ten onder te gaan en zichzelf ernstig te verwaarlozen.

Aldus is voldaan aan de wettelijke vereisten en dient het verzoek te worden ingewilligd".

Hiertegen komt het middel in twee onderdelen met rechts- en motiveringsklachten op.

3.3 Nu uit deze beschikking noch uit de overige gedingstukken van het tegendeel blijkt, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat de door de psychiater [betrokkene 1] uitgebrachte rapportage niet aan betrokkene is voorgelegd en de rechtbank voorafgaande aan haar beslissing betrokkene (of haar advocaat) niet in de gelegenheid heeft gesteld daarop te reageren. Aldus heeft de rechtbank gehandeld en beslist in strijd met het bepaalde in art. 8 lid 1 in verbinding met lid 6 en 9 Wet Bopz en is het - in deze bepaling neergelegde en mede door art. 5 EVRM gewaarborgde - fundamentele beginsel van hoor en wederhoor geschonden. De rechtsklacht van onderdeel I is derhalve gegrond.

3.4 Gegrondbevinding van onderdeel I brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en het middel voor het overige geen behandeling behoeft.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 12 september 2007;

verwijst het geding naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.