Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB8985

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
03169/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB8985
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Belediging. ’s Hofs oordeel dat het uitspreken van de woorden “fuck you” en het opsteken van de middelvinger de strekking hebben de politieman tot wie de uitlating en dat gebaar waren gericht in zijn eer en goede naam aan te tasten, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 266
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 867
NJ 2008, 34
RvdW 2008, 74
NJB 2008, 239
NBSTRAF 2008/16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 december 2007

Strafkamer

nr. 03169/06

AH/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 26 juli 2006, nummer 24/002042-05, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 31 oktober 2005 - de verdachte ter zake van "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van 180 euro, subsidiair drie dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P. Bouman, advocaat te Helmond, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat het uitspreken van de woorden "fuck you" en het opsteken van de middelvinger als belediging in de zin van art 266, eerste lid, Sr kunnen worden aangemerkt.

3.2. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

"hij op 28 januari 2005 te gemeente Zwolle opzettelijk beledigend een politieambtenaar, te weten [de politieambtenaar], hoofdagent van de Regiopolitie IJsselland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Fuck you" en zijn middelvinger in de richting van die hoofdagent opgestoken."

3.3. Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als: "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd". De bewezenverklaring houdt in dat het hier gaat om beledigingen die iemand mondeling onderscheidenlijk door middel van een gebaar in zijn tegenwoordigheid zijn aangedaan. In een dergelijk geval moet een uitlating of een gebaar als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking hebben die ander aan te randen in zijn eer en goede naam.

3.4. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het uitspreken van de woorden "fuck you" en het opsteken van de middelvinger de strekking hebben de politieman tot wie de uitlating en dat gebaar waren gericht in zijn eer en goede naam aan te tasten, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.

3.5. Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.6. Het middel faalt.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 18 december 2007.