Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB7671

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2007
Datum publicatie
11-12-2007
Zaaknummer
03070/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB7671
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanhoudingsverzoek. De enkele overweging dat o.g.v. de “hiervoor vermelde” - doch door het Hof niet nader aangeduide - “omstandigheden, welke voor rekening en risico van verdachte komen - en waarvan ook naar het standpunt van verdachte geen verdere verduidelijking of onderbouwing te verwachten is”, kan de afwijzing van verdachtes verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien, niet dragen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 281
Wetboek van Strafvordering 328
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2008, 24
JOL 2007, 839
RvdW 2008, 29
NJB 2008, 231
NBSTRAF 2008/13
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 december 2007

Strafkamer

nr. 03070/06

RR/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 oktober 2006, nummer 22/002395-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 31 mei 2005, waarbij de verdachte ter zake van 1. "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en 2. "in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, meermalen gepleegd" is veroordeeld tot veertien weken gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Hof, dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof op ontoereikende gronden het verzoek van de verdachte om de behandeling van de zaak aan te houden teneinde zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien, heeft afgewezen.

3.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De verdachte legt op vragen van de voorzitter een verklaring af, inhoudende -zakelijk weergegeven -:

U zegt mij dat de politierechter in de rechtbank te Rotterdam de onderhavige zaak op 31 mei 2005 bij verstek heeft behandeld. Ik was tevoren bekend met de dag van voornoemde terechtzitting. Ik had mijn jongste zoon van dertien jaar oud gevraagd om naar de rechtbank te bellen om een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak te doen. Ik had namelijk een gebroken been en was om die reden niet in staat om naar de terechtzitting te gaan. Ik weet niet of de boodschap van mijn zoon goed is overgekomen en of hij uitstel heeft weten te krijgen. Ik had graag bij de behandeling van mijn zaak aanwezig willen zijn. Op uw vragen antwoord ik nog dat ik belangrijke brieven in de Nederlandse taal aan een van mijn kinderen of aan vrienden laat lezen. Ik woon hier en wil mij graag aan de regels houden. Het klopt dat ik op 14 juni 2006 de dagvaarding voor vandaag heb afgehaald. Ik weet niet hoe ik een raadsman moet vinden want ik ken het rechtssysteem niet.

U houdt mij voor dat op 16 maart 2006 tevergeefs is getracht de mededeling uitspraak te betekenen op het adres [a-straat 1] te [woonplaats]. Ik was inmiddels verhuisd naar mijn huidige adres.

De advocaat-generaal voert hierna het woord en leest zijn schriftelijke vordering voor, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep.

De advocaat-generaal legt aan het gerechtshof zijn schriftelijke vordering over.

De verdachte doet een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien.

Het hof onderbreekt het onderzoek voor beraadslaging. Na beraadslaging en hervatting van het onderzoek wordt de verdachte het recht gelaten het laatst te spreken, waarna het hof bij monde van de voorzitter mededeelt dat de verdachte in zijn appel niet-ontvankelijk wordt verklaard, nu hij heeft verklaard dat hij tevoren bekend was met de dag van de terechtzitting in eerste aanleg van 31 mei 2005 en hij derhalve binnen veertien dagen na het op voornoemde datum gewezen vonnis in hoger beroep had moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 19 april 2006 appel ingesteld, derhalve te laat. Het verzoek tot aanhouding wordt - gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden, welke voor rekening en risico van de verdachte komen - en waarvan ook naar het standpunt van de verdachte geen verdere verduidelijking of onderbouwing te verwachten is - afgewezen."

3.3. De enkele overweging dat op grond van de "hiervoor vermelde" - doch door het Hof niet nader aangeduide - "omstandigheden, welke voor rekening en risico van de verdachte komen - en waarvan ook naar het standpunt van de verdachte geen verdere verduidelijking of onderbouwing te verwachten is", kan de afwijzing van verdachtes verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien, niet dragen.

3.4. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 11 december 2007.