Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB7404

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
03212/06
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB7404
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd. De omstandigheid dat zich bij de op de voet van art. 434.1 Sv aan de HR gezonden stukken ook een kennelijk later opgemaakt – volledig uitgewerkt – arrest van het Hof bevindt dat beantwoordt aan de wettelijke voorschriften inzake de vormgeving van rechterlijke uitspraken als i.c., dwingt niet tot een ander oordeel (vgl. HR LJN AT2980).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 869
RvdW 2008, 76
NJB 2008, 234
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 december 2007

Strafkamer

nr. 03212/06

SM/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 januari 2005, nummer 23/002657-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord-Holland Noord "Schutterswei" te Alkmaar.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Alkmaar van 18 mei 2004 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1 subsidiair "medeplegen van opzetheling" en 2. "opzetheling" veroordeeld tot veertig dagen gevangenisstraf met verbeurdverklaring en bewaring van de inbeslaggenomen voorwerpen zoals in het arrest omschreven.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast mag voorkomen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadslieden op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het derde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het eerste middel

4.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof zijn op 28 januari 2005 gegeven beslissingen niet heeft neergelegd in een verkort arrest, maar in een "uittreksel" dat niet voldoet aan de wettelijke eisen.

4.2. De conlusie van de Advocaat-Generaal houdt in dat door de Griffier van het Hof aan de Advocaat-Generaal is meegedeeld dat in deze zaak aanvankelijk is volstaan met een zogenoemd "uittreksel". Op grond daarvan moet het ervoor worden gehouden dat de op 28 januari 2005 in de strafzaak tegen de verdachte gegeven beslissingen niet zijn vastgelegd in een arrest dat voldeed aan de eisen van art 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd. De omstandigheid dat zich bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken ook een kennelijk later opgemaakt - volledig uitgewerkt - arrest van het Hof bevindt dat beantwoordt aan de wettelijke voorschriften inzake de vormgeving van rechterlijke uitspraken als de onderhavige, dwingt niet tot een ander oordeel (vgl. HR 24 mei 2005, LJN AT 2980, NJ 2006, 433).

4.3. Het middel is dus terecht voorgesteld.

5. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 18 december 2007.