Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB5079

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-12-2007
Datum publicatie
14-12-2007
Zaaknummer
C06/215HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB5079
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2006:AY5019, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Huurgeschil over ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 334
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 400
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 861
RvdW 2008, 16
JWB 2007/439
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 december 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/215HR

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaten: mr. A.H. Vermeulen en mr. C.S.G. Janssens,

t e g e n

BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ R.M.E. B.V., (voorheen genaamd Mascot Properties B.V.)

gevestigd te Enschede,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Mascot.

1. Het geding in feitelijke instanties

De rechtsvoorgangster van Mascot heeft bij exploot van 28 november 2002 de vennootschap onder firma Mabo Biljart en naar vennoten, [eiseres] en [betrokkene 1], gedagvaard voor de kantonrechter te Enschede en gevorderd, kort gezegd, de huurovereenkomst betreffende het perceel gelegen te [plaats] aan de [a-straat 1] te ontbinden, alsmede het gehuurde te ontruimen en Mabo en haar vennoten te veroordelen tot betaling van € 45.422,20 inclusief buitengerechtelijke kosten wegens achterstand in de betaling van de overeengekomen huurpenningen en/of verzekeringspremies. Voorts heeft Mascot de maandelijkse huurpenningen gevorderd, al dan niet te vermeerderen met de boete over de maanden vanaf 1 december 2002 tot regelmatige beëindiging van de huur had kunnen plaatsvinden.

Mabo en haar vennoten hebben de vorderingen bestreden en in reconventie een machtiging gevorderd tot het doen plegen van noodzakelijk onderhoud op kosten van de verhuurster.

Mascot heeft de vordering in reconventie bestreden.

Na een tussenvonnis van 8 juli 2003, heeft de kantonrechter bij eindvonnis van 2 december 2003 de vorderingen van Mascot (grotendeels) toegewezen en de vordering in reconventie afgewezen.

Tegen de vonnissen van de kantonrechter hebben Mabo en haar vennoten hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Mabo en haar vennoten hebben in hoger beroep gevorderd Mascot alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze haar te ontzeggen, dan wel af te wijzen en in reconventie voor recht te verklaren dat Mascot jegens Mabo en haar vennoten onrechtmatig heeft gehandeld door over te gaan tot ontruiming van het gehuurde en dat Mascot aansprakelijk is voor alle als gevolg daarvan geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Mascot heeft in hoger beroep haar eis in conventie vermeerderd en tevens gevorderd Mabo en haar vennoten te veroordelen tot betaling van € 36.415,-- (ter zake van horeca excedentpremie 2003), te vermeerderen met rente en kosten.

Na twee tussenarresten van 14 juni 2005 en 29 november 2005 te hebben gewezen, heeft het hof bij eindarrest van 16 mei 2006 de vonnissen van de kantonrechter, voorzover in conventie gewezen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Mabo en haar vennoten veroordeeld aan Mascot een bedrag van € 12.615,08 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2004 tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof heeft voorts de vonnissen voorzover in reconventie gewezen bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 14 juni 2005, 29 november 2005 en 16 mei 2006 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Mascot is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep voorzover ingesteld tegen het arrest van 14 juni 2005 en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Mascot begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 14 december 2007.