Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB5078

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-12-2007
Datum publicatie
07-12-2007
Zaaknummer
C06/201HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB5078
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Algemene voorwaarden; onredelijk bezwarend beding? zorgplicht bank jegens cliënt (81 RO).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 832
RvdW 2007, 1052
JWB 2007/428
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 december 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/201HR

MK/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,

t e g e n

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1], [eiseres 2] en ABN AMRO.

1. Het geding in feitelijke instanties

ABN AMRO heeft bij exploot van 4 maart 2002 [eiser 1] en [eiseres 2] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, na wijziging van eis, kort gezegd, [eiser 1] te veroordelen om aan ABN AMRO te betalen een totaalbedrag van € 24.952,13, met rente en kosten.

[Eiser 1] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 18 december 2002 [eiser 1] veroordeeld om aan ANB AMRO te betalen een bedrag van € 22.326,96, met rente en buitengerechtelijke kosten.

Tegen dit vonnis hebben [eiser 1] en [eiseres 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 30 maart 2006 heeft het hof [eiseres 2] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser 1] en [eiseres 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen ABN AMRO is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser 1] en [eiseres 2] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres 2] in haar cassatieberoep, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser 1] en [eiseres 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.