Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB5054

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2007
Datum publicatie
09-10-2007
Zaaknummer
01481/07 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als in art. 457.1 aanhef en onder 2° Sv vermeld. Zo ontbreekt in het bijzonder een opgave van omstandigheden die niet reeds aan de rechter bekend waren. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 667
RvdW 2007, 875
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 oktober 2007

Strafkamer

nr. 01481/07 H

SM/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 december 2001, nummer 23/000977-01, ingediend door:

[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Alkmaar van 20 maart 2001, voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen, - de aanvrager ter zake van 1 primair "poging tot verkrachting" veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, welke straf door de Hoge Raad bij arrest van 10 mei 2005 is verminderd tot twaalf maanden gevangenisstraf.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.

3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. Zo ontbreekt in het bijzonder een opgave van omstandigheden die niet reeds aan de

rechter bekend waren. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en 460 Sv, niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 9 oktober 2007.