Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2007:BB4758

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-12-2007
Datum publicatie
07-12-2007
Zaaknummer
R06/130HR
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BB4758
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap (81 RO)

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 824
RvdW 2007, 1045
JWB 2007/424
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 december 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/130HR

MK/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij verzoekschrift van 12 februari 2002 heeft de vrouw zich gewend tot de rechtbank Utrecht en verzocht, kort gezegd en voorzover in cassatie van belang, tussen partijen echtscheiding uit te spreken en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen.

De man heeft een verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift echtscheiding ingediend.

De rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2002 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de zaak ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aangehouden. De rechtbank heeft bij beschikking van 14 september 2005 de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld, zoals vermeld in de rov. 3.3. tot en met 3.23. van de beschikking en de man veroordeeld om aan de vrouw uit hoofde van overbedeling te voldoen een bedrag van € 23.684,20.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 6 juli 2006 heeft het hof, voorzover in cassatie van belang, de bestreden beschikking vernietigd voor zover daarvan in de overwegingen 4.10 en 4.11 wordt afgeweken en die beschikking voor het overige bekrachtigd. Voorts heeft het hof de man veroordeeld om aan de vrouw ten titel van overbedeling te betalen een bedrag van € 93.046,-- en bepaald dat de rekening-courant schuld van de man aan Tax Litigation Advocaten B.V. door de man gedragen dient te worden.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. Van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.